Waarmee kunnen wij je van dienst zijn?
Wie zoekt die vindt.
Wie zoekt die vindt.
Wij nemen u mee naar Mons, waar momenteel in het Museum voor Schone Kunsten een schitterende tentoonstelling te zien is met een ruime selectie aan werken van Marc Chagall, de vermaarde schilder, beeldhouwer, graveur en ambachtsman. We reizen per trein, zodat we onderweg ook het indrukwekkende nieuwe station van Mons kunnen bewonderen, een ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava.
Chagall werd op 6 juli 1887 geboren als Movsja Zacharovitsj Sjagal in een deel van het Keizerrijk Rusland, het latere Wit-Rusland. Later veranderde hij zijn naam in het meer Franse Marc Chagall. Hij was de zoon van een eenvoudig haringhandelaar en de oudste van negen kinderen. Het gezin was chassidisch joods. Deze arme maar gelukkige periode in Chagalls leven keert talloze malen terug in zijn werk.
Nadat hij op de basisschool met tekenen kennisgemaakt had, kreeg hij vanaf 1906 schilderlessen van de lokale kunstenaar Joeri Pen. Zijn moeder stimuleerde zijn kunstzinnige ambities en een paar maanden later, in 1907, vertrok hij naar Sint-Petersburg om daar te studeren aan de kunstacademie onder leiding van Nikolai Roerich. In de periode 1908–1910 studeerde hij onder leiding van Léon Bakst aan de Kunstacademie Zvantsevas. Bakst stond aan het begin van een carrière als decorontwerper.
Voor Chagall werd dit een moeilijke periode. Joodse burgers konden alleen in Sint-Petersburg wonen met vergunning en hij bracht korte tijd in de gevangenis door. Toch bleef hij in Sint-Petersburg tot 1910, al bezocht hij zijn geboorteplaats Vitebsk met grote regelmaat. Daar ontmoette hij in 1909 zijn toekomstige vrouw Bella Rosenfeld.
In 1910 verhuisde Chagall naar Parijs. Na anderhalf jaar op kamers in Montparnasse doorgebracht te hebben, verhuisde hij naar La Ruche, een ateliercomplex aan de rand van de stad waar kunstenaars woonden. Hij raakte bevriend met een aantal avant-gardistische dichters en jonge kunstenaars onder wie Guillaume Appollinaire, Robert Delaunay en Fernand Léger. Deze periode wordt vaak zijn beste periode genoemd met werken als I and the Village, dat van de collectie van het Museum of Modern Art in New York deel uitmaakt. Dit werk is qua vorm een mengelmoes van expressionisme en kubisme. In Parijs nam Chagall deel aan de tentoonstelling van de Salon des Indépendants en de Salon d'Automne. Zijn eerste belangrijke solotentoonstelling vond plaats in Galerie Der Sturm te Berlijn in 1914. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Marc Chagall terug naar Rusland, waar hij aan exposities in Sint-Petersburg en Moskou deelnam. Een jaar later trouwde hij zijn verloofde Bella. Met haar kreeg hij in 1916 een dochter, Ida.
Zijn aanvankelijke enthousiasme over de Russische Revolutie van 1917 leidde ertoe dat Chagall besloot politiek actief te worden en zich in te zetten voor de kunst en kunstenaars. Door het Sovjet-ministerie van cultuur werd hij benoemd tot commissaris van kunst in de regio Vitebsk, waar hij ambitieuze plannen maakte voor een kunstacademie en een museum. Maar na tweeënhalf jaar onenigheid en discussie werd hij moe van het politieke en culturele klimaat en verhuisde hij naar Moskou, waar Joden zich vrij konden vestigen. Van 1919 tot 1922 was hij artistiek directeur van het Joods Staatstheater te Moskou. Hier maakte hij verschillende muurschilderingen voor de lobby alsmede decors voor de voorstellingen.
In 1922 verlieten Chagall en zijn familie Rusland voorgoed. Eerst naar Berlijn, maar ze reisden spoedig door naar Parijs, waar hij zich in 1923 weer – dit keer met zijn familie – vestigde. In 1927 illustreerde hij de fabelbundel van Jean de la Fontaine, waarvan in 2003 een heruitgave in boekvorm verschenen is. Hij maakte reizen naar het Mandaatgebied Palestina (1931) en Polen (1935) en werkte tot de Tweede Wereldoorlog aan zijn Bijbelillustraties.
In 1937 verwierf Chagall het Franse staatsburgerschap. Vanwege de Duitse bezetting van Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog en de vervolging van Joden vluchtte Chagall. De Amerikaanse journalist Varian Fry hielp hem ontsnappen uit Frankrijk. Via Spanje en Portugal kwam Chagall met zijn familie in 1941 aan in de Verenigde Staten van Amerika waar hij zich vestigde in New York.
Op 2 september 1944 stierf zijn vrouw Bella na een ziekte. Twee jaar later, in 1946, keerde Chagall terug naar Europa. In Europa werd de kunstenaar geëerd met tentoonstellingen in Parijs, Londen en Amsterdam. In 1950 vestigde hij zich in Saint-Paul-de-Vence (Frankrijk).
In 1952 hertrouwde Chagall met Valentina Brodsky. Hij reisde verscheidene malen naar Griekenland en in 1957 naar Israël. Hier maakte hij in 1960 een serie ramen voor de synagoge van het Hasassah Universitair Medisch Centrum in Jerusalemalsmede een serie muurschilderingen voor het nieuwe parlement, de Knesset, in 1966. In 1973 opende het Musée National Message Biblique Marc Chagall in Nice (Frankrijk) om honderden van zijn Bijbelse scènes te huisvesten.
Chagall stierf in 1985 op 97-jarige leeftijd in Saint-Paul-de-Vence. Het museum in zijn geboorteplaats Vitebsk, naar hem vernoemd, opende in 1997 in het huis waar hij met zijn familie leefde, in de Pokrovskaiastraat op nummer 29. Wrang genoeg was hij tot zijn dood, voor de val van de Sovjet-Unie, een persona non grata in zijn vaderland.
Het station van Mons
Het huidige gebouw, naar ontwerp van Santiago Calatrava, is op 19 december 2024 in gebruik genomen. Voorlopers dateren uit 1841, 1874 en 1947. De totstandkoming is controversieel vanwege de onregelmatigheden, de kosten die minstens het dertienvoudige van de begroting zijn en de verdubbeling van de bouwtermijn.
Het megalomane project heeft bijna een half miljard euro gekost, wat ten koste ging van andere werken in Wallonië, terwijl het station op de ranglijst van reizigersaantallen in 2024 slechts op nummer 16 stond. De uitvoering en vorm oogsten lof: majestueus, gracieus, elegant en vloeiend. Het maakt een verbinding tussen de historische stad en het bedrijvenpark aan de westzijde dat tegelijk met het station gerealiseerd is.
Een eerste stationsgebouw werd opgetrokken in 1841, toen Bergen door de aanleg van de latere spoorlijn verbonden werd met het Belgische spoorwegnet. Het stond tussen de overige bebouwing van de Place Léopold dat het voorplein is van de latere stations. Vanwege de explosieve groei van het railverkeer in de 19de eeuw werd het al in 1874 vervangen door een station van bijna tweehonderd meter lang. In de Tweede Wereldoorlog werd dit station op 10 mei 1944 vernietigd door een bombardement van de Amerikaanse luchtmacht. Van 1947 tot 1952 werd er gewerkt aan een opvolger in wederopbouwstijl. Volgens de Bergense architect René Panis stond dit gebouw informeel bekend als het Panis-station. Ondanks protest werd het in 2013 gesloopt en het hele stationscomplex is tot in 2024 in verbouwing geweest, waarbij een tijdelijk station uit containers opgetrokken werd. Dit werd niet als een echt station beschouwd, zodat het huidige station het vierde is.
De station traverse is monumentaal. Glad afgewerkte betonnen driehoekvormen omvatten glas waardoor veel daglicht binnenvalt. Het wekt de indruk van een moderne kathedraal.
In 2001 werd een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen de stad Bergen en de NMBS waaruit een ontwerpcompetitie voortkwam, maar geen van de inzendingen voldeed aan de eisen. Uit een haalbaarheidsstudie uit 2004 kwam een nieuwe omschrijving van de gewenste werken en een kostprijsraming van 44,77 miljoen euro. Men voorzag minder sporen, een traverse met trappen en liften naar de perrons, een aanleg van een parking en een herontwerp van het stationsgebouw.
Voor deze nieuwe opdracht lanceerde Eurogare in 2006 een wedstrijd. De jury onder voorzitterschap van de toenmalige burgemeester Elio Di Rupo gaf de opdracht aan de Spaanse architect Calatrava en zijn ontwerp met onder meer een voetgangersbrug.
Op 12 oktober 2006 gunde Eurogare de opdracht aan Calatrava. De voltooiing was gepland voor 2015 toen Bergen Culturele hoofdstad van Europa was, maar door toevoeging van bij-akten in mei 2010 en mei 2018 groeide de opdracht uit tot een grootschalige herinrichting van de omgeving, wat eigenlijk een nieuwe overheidsopdracht had moeten zijn.
Onder andere door het faillissement van één van de aannemers en conflicten met onderaannemers heeft de bouwwerf vele maanden stilgelegen en is de voltooiing meermaals uitgesteld. De oorspronkelijke kostprijs voor het nieuwe station was berekend op 37 miljoen euro, maar begin 2023 werd het totale project geschat op 340 miljoen.
De kostenraming steeg verder: vanwege de herinrichting, de tegenvallers en gestegen materiaalkosten werd het station bij de opening eind 2024 geschat op 480 miljoen euro. De vertraging en de kostenoverschrijding hebben ertoe geleid dat het Federaal Parlement van België op 3 juni 2021 het Rekenhof opdracht gaf tot een onderzoek.
In september 2022 werd het rapport gepubliceerd. Verantwoordelijk minister Georges Gilkinet noemde het project in 2023 megalomaan en het rapport vernietigend. Het wijst op concurrentievervalsing ten voordele van Calatrava en onduidelijkheden over de geëxplodeerde kostprijs. Het laakt ook de ondoorzichtigheid; zelfs het Rekenhof kreeg geen inzage in alle documenten.
Voor investeringen in het Belgische spoor geldt een 60/40 verdeelsleutel tussen Vlaanderen en Wallonië. Daardoor gingen de kostenoverschrijdingen ten koste van Waalse infrastructuur, waaronder het Gewestelijk Expresnet. Zelfs de vernieuwing van bovenleidingen moest uitgesteld worden, wat volgens de minister mede tot verminderde stiptheid van het treinverkeer leidde.
De buitenkant van het gebouw is grotendeels wit, een merkteken van Calatrava. Men noemt het gebouw gracieus en vergelijkt de zwevende station traverse met een gestroomlijnde TGV. De spectaculaire luifels boven de trappenpartijen en de geometrische patronen van de buizenconstructies oogsten lof.
Voor de trappen en perrons is Portugees marmer gebruikt; de traverse heeft een vloer van Belgische blauwsteen. Onder het gebouw loopt een busbaan met aan weerszijden haltes. Ook hier wordt de afwerking geroemd: ovale banken van licht hout, pijlers van geschuurd beton en wanden bekleed met metaalplaten.
Praktisch:
Prijs: 18 euro per persoon. Leden met een Museumpas betalen 6 euro
In de prijs zijn inbegrepen: het toegangsticket voor de tentoonstelling en de gids in het museum. De Inschrijvingen worden verwacht vóór uiterlijk 12 oktober 2026! Uw inschrijving is pas geldig van zodra wij de betaling ontvangen hebben op rekening BE32 0019 4259 0102 van het Willemsfonds Tongeren.
Deelnemers zorgen zelf voor hun treinticket.